gemaal03tijdensinundatie

Gemaal


 

Het stoomgemaal is in december 1873 in gebruik genomen, nadat in mei dat jaar de aanbesteding had plaatsgehad. De aannemers Van der Molen te Beemster en Van Wijngaarden van Edam bouwden het voor Fl. 17.384,- volgens het ontwerp van W.C. en K. de Wit te Amsterdam. In 1908 moest een geheel nieuwe machine worden aangeschaft, voor Fl. 11.800. Deze heeft dienst gedaan tot 1955. In 1919 is een electrisch gemaal erbij gebouwd, voor Fl. 10.640. Inmiddels is alles vervangen en ook het gebouw gesloopt, in 1991.

 

 

Lees meer

heerenhuisthumbnail

Heerenhuis

Kijk ook eens op de website van cafe – petit restaurant ‘t Heerenhuis!

door Cor Booy

Op de plaats waar nu het Heerenhuis van Spijkerboor staat, is kort na de verkaveling van de polder, in 1643, het eerste polderhuis gebouwd. Jaar en datum daarvan zijn niet meer bekend maar al in 1649 besloten de toenmalige dijkgraaf Frans Schouten en de heemraden Ijsbrand Jansz de Lange, Jan Janszen Beets en Jacob Meijnertsz Jonck, allen uit De Rijp, dat het polderhuis of “gemenelantshuys” verkocht moest worden.

Jan Pietersz Bel en zijn zuster Marijtje Pieters kochten het voor fl 3.100,-. Het polderhuis werd veerhuis. Het veer was de verbinding van Spijkerboor met het Verloren Eind (de buitendijkse hoek van de Beemster).

In de volgende eeuw was een zekere Jan Nooy pachter van het veer. Nadat hij was overleden kochten dijkgraaf en heemraden het oude veerhuis van zijn weduwe, Lijsbeth Pieters Koopman, in december 1785. Deze koop was bedoeld om het veerhuis te slopen en er een nieuw ‘Jacht- en Regthuis” voor in de plaats te zetten; het huidige “Heerenhuis”.

De nieuwbouw was gereed in 1787. Hieraan herinnert de gedenksteen aan de voorgevel.

Voor de bouw werd gebruik gemaakt van afbraakmaterialen die afkomstig waren van de buitenplaats “Tolsduin”, bij Velsen

 

Heerenhuis schoorsteenmantel
Heerenhuis schoorsteenmantel
Rekening Heerenhuis
Rekening Heerenhuis

 

De aanneemsom bedroeg vijf gulden en tien stuivers per duizend stenen en per duizend tegels en dakpannen de verwerkt werden. Van die fl. 5,50 per duizend moesten de arbeidslonen en de mondkost voor de timmerlieden en metselaars worden betaald door de aannemer.

15 oktober 1787 moest het bouwwerk klaar zijn. Alleen het pleisterwerk hoefde pas in mei 1788 te worden opgeleverd.

Lijsbeth Koopman en haar kinderen, Guurtje, Trijntje en Barend, konden er hun intrek nemen. Alzo was de weduwe van Jan Nooy de eerste pachter van het polderhuis.

Barend Nooy kreeg de vergunning van dijkgraaf en heemraden per 27 maart 1806 veerman te worden naar de Beemsterdijk en Kamerhopdijk. Hij was toen inmiddels kastelein van het Heerenhuis. Het veertarief was toen 2 duiten per persoon.

Zijn opvolger was A. de Groot, die in 1839 op zijn beurt werd opgevolgd door Pieter Peek, uit de Beemster. Deze betaalde fl. 500,- pacht voor veer en polderhuis. Hij overleed in 1873.

Zijn opvolger was P. Smit. In 1879 werd zijn plaats ingenomen door Gerbrand Hop. Hij pachtte veer en polderhuis voor 3 jaren, tegen fl. 300,- per jaar. Hij overleed in 1894, waarna Jan Stil de pacht overnam en met de weduwe Hop trouwde. Hij overleed in 1911, waarna de weduwe Stil het polderbestuur verzocht de pacht te mogen overdoen aan haar zoon Jan Hop.

Aldus werd besloten, tegen een pachtsom van fl. 350,- per jaar.

Jan Hop werd een welhaast legendarische figuur. Aan hem herinnert de naam van het huidige fiets- en voetgangerspontje. Vermaard was zijn manier van “kippen voeren”, zoals hij het noemde: een handje kippenvoer of ongepelde rijst diepte hij op uit zijn jaszak en terwijl hij rustig, met korte duwtjes van zijn rug tegen het trekblok zijn pont naar de overkant stuwde, liet hij meevarende mussen uit zijn hand eten.

Jan Hop beëindigde zijn functie van veerman en kastelein in april 1946.

 

Familie Hop
Familie Hop
Klaas Rood
Klaas Rood
Jan Hop in de Krant
Jan Hop in de Krant: het Noord Hollandsch Dagblad.

De “herenkamer” is lange tijd het vertrek geweest van uitsluitend officiële vergaderingen. De polderbestuurders hielden er hun rekendagen en poldermaaltijden. Tijdens de eerste wereldoorlog hielden hoge officieren, die fort Spijkerboor bezochten, er hun conferenties en diners. Pas toen in 1934 de “Bond van Boerinnen en andere plattelandsvrouwen” afdeling Starnmeer en omstreken werd opgericht, werd de “herenkamer” ook “dameskamer”, doordat de boerinnenbond toestemming vroeg en verkreeg er de maandelijkse vergaderingen te houden.

De plaatselijke ijsclub, de afdeling van de Hollandse Mij van Landbouw en het Onderling Veefonds Starnmeer en Omstreken hielden hun vergaderingen in de gelagkamer. Na 1945 kwamen er de Plattelands Jongeren Gemeenschap bij, de Spijkerboorder Gemeenschap, de tafeltennisclub, de landelijke rijvereniging Sterneo. Het Heerenhuis werd in de vijftiger en zestiger jaren een levendig cultureel centrum voor de omgeving, met steeds weer nieuwe pachters van polderhuis en overzetveer: Jaap en Riek Knegt, het echtpaar Klaas Slooten, Reijer en Corrie Bakker, Piet Goed, het echtpaar Rodenburg, Frits Honig, Janny Beets, het echtpaar Jac van der Kluft uit Krommenie en nu Bob van Brussel en Ellen.

Ook voor de Spijkerboorder Toneelvereniging was het Heerenhuis het eigen “honk”, maar tot in de zestiger jaren ontbrak het er aan toneelaccomodatie. De toneelvereniging, in het leven geroepen ter gelegenheid van de bevrijdingsfeesten in 1945, gaf haar eerste uitvoering in de voormalige kaasfabriek van Spijkerboor. Latere uitvoeringen vonden plaats ite Oost-Graftdijk. Totdat op 1 januari, na een kleinen interne verbouwing, met steun van het polderbestuur en gesubsidieerd door het Anjerfonds, een verplaatsbaar toneel tot de inventaris van het Heerenhuis ging behoren. Sinsdien kan de gelagkamer als kleine toneelzaal fungeren terwijl het toneel in de herenkamer staat opgesteld.

Toneel in het Heerenhuis
Toneel in het Heerenhuis

Vroegere feestelijkheden, zoals het Oranjefeest ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard (een optreden van de Beemster goochelaar mr. Hedi) en van de geboorte van prinses Beatrix (optreden van een toneelgroep) werden gehouwen in de schuur van Jan Hop, die tot dat doel werd ingericht met meubilair en “behangen” met crepe-papier.

Aan de functie van “veerhuis” kwam een abrupt einde, toen in januari 1970 de Spijkerboorder pont zonk en het polderbestuur (verpachter van de pontverbinding) het veer uit de exploitatie en uit de vaart nam. Het Heerenhuis bleef polderhuis, tot de concentratie van waterschappen, in 1976. Nadien heeft het gemeentebestuur van de voormalige gemeente Jisp het Heerenhuis overgenomen.

De pont, gezonken
De pont, wordt na te zijn gezonken, geborgen en kwam nooit meer terug in de vaart.
De pont van Spijkerboor
De pont van Spijkerboor

In 1986 heeft het een grondige restauratie ondergaan, gepaard aan een interne verbouwing, waardoor het in alle bescheidenheid zijn functie als cultureel centrum voor de omgeving heeft kunnen blijven vervullen.

Hopelijk blijft dat zo tot in de verre toekomst.

In 2000 werd er aan de oever, waar voorheen de pont aanmeerde, een door Linda Meulenhoff gemaakt kunstwerk onthuld, ter ere van Jan Hop.

Kunstwerk Jan Hop 01
Kunstwerk Jan Hop, gemaakt door Linda Meulenhoff.
Kunstwerk Jan Hop 02
Kunstwerk Jan Hop, gemaakt door Linda Meulenhoff.
Kunstwerk Jan Hop 03
Kunstwerk Jan Hop, gemaakt door Linda Meulenhoff.

Lees meer