Na de droogmaking

Toch weer De Rijp
Dat de verkaveling plaats vond in het raadhuis van De Rijp, waar tevoren reeds zoveel vergaderingen waren gehouden, vindt zijn verklaring daarin, dat De Rijp ook na 1637 nog in aanzienlijke mate bij de bedijking was betrokken. Geldelijk en door het feit dat dat de dagelijkse bestuurders van Starnmeer en Kamerhop aanzienlijke burgers van De Rijp waren.

de eerste dijkgraaf, die al in 1737 overleed. was heelmeester en lid van de vroedschap: Mr. Steven Bosch. de tweede dijkgraaf, Frans Jacobsz., was zelfs schout van De Rijp. Ook de heemraden behoorden tot de aanzienlijke ingezetenen.

Nu zou men verwachten dat, toen na de verkavelingen de polder verder gereed gemaakt werd om zijn bewoners te ontvangen en een praktiserend polderbestuur zijn werkzaamheden kon beginnen een van de eerste zorgen zou zijn geweest: het bouwen van een polderhuis. Dat lijkt niet zo te zijn geweest.

De 15e december 1643 werd vergaderd, maar in De Rijp. Elk jaar werd daar vergaderd, zoals in de kavelconditien voorgeschreven.

Artikel 23 luidde: “Is oock goet gevonden ende geaccordeert, dat jaerlijckx op den eersten Dinsdag in April op ‘t Raethuys in De Rijp de reeckeningh van de gemene Dyckagie sal worden gedaen, ten overstaen van Hooft ende gemene Ingelanden die daer gelieven tegenwoordigh te zijn. Bij naerder Resolutie van de Heeren Hooft-Ingelanden, is nu vastgestelt om te houden alle jare op den eersten Dingsdagh voor den 25 April”.

Van 1644 tot 1651 zijn deze rekeningsdagen regelmatig gehouden zonder dat vermeld is, waar het geschiedde. Dat was ook feitelijk overbodig. Indien het er niet bij vermeld werd, zijn de vergaderingen natuurlijk in De Rijp gehouden.

Naar het Heerenhuis
Totdat onverwachts in 1652 de mededeling volgt – er staat verkeerdelijk 1651 – dat de 22e april van dat jaar werd vergaderd “in ‘t Heerenhuys van de Starnmeer”. In 1652 was er dus een Heerenhuis, dwz. een Polderhuis. Het is echter niet zo dat de vergaderingen nu voortaan regelmatig daarin werden gehouden. Zo werd de 22e april 1653 “de gewoonlijke rekendag” weer in De Rijp gehouden. Maar de 20e april 1654 volgde de gewoonlijke rekendag weer in de Starnmeer, hetgeen natuurlijk zeggen wil: in het Heerenhuis van de Starnmeer. (Op die datum was De Rijp inmiddels getroffen door de rampzalige brand, die het dorp voor 60% had verwoest. Hoewel het raadhuis was gespaard gebleven, zal de gelegenheid voor een gastmaal wellicht hebben ontbroken.)

Dan volgt een reeks van jaren, waarin de vergaderingen weer in De Rijp plaats hadden, want dat is natuurlijk het geval wanneer het niet uitdrukkelijk anders werd vermeld. Het vergaderen in het Heerenhuis van de Starnmeer was dus betrekkelijk zeldzaam en dat in De Rijp bleef regel.

Het laatste zal gebeurd zijn, in de eerste plaats omdat het nu eenmaalvoorschrift was. In de tweede plaats omdat reisgelegenheid in die dagen moeilijk was en de hoofdingelanden uit Amsterdam en Enkhuizen alleen in De Rijp een behoorlijk onderdak vonden. Welke bijzondere redenen er waren een enkele maal de vergadering in het polderhuis van de Starnmeer te houden, blijkt uit de bescheiden niet.

Of het Heerenhuis, dat er dus in 1652 was, in 1651 of daarvoor is gebouwd, is niet met zekerheid te zeggen. In de resolutien van hoofdingelanden is daaromtrent niets te vinden, noch is een bestek van het gebouw aanwezig. De aangewezen plaats voor het Heerenhuis was Spyckerboor, ook al in verband met het verkeer.

Wegen en veren
De Starnmeer heeft, wanneer men het zuidelijk aanhangsel “de oude Saen” of “Butteroort” buiten beschouwing laat, de vorm van een vierhoek die door de Middelweg in tweeen wordt verdeeld. Het verkeer moest een uitweg hebben in de richting van Alkmaar en Purmerend, als de twee belangrijkste marktsteden in de omgeving. Daarvan was Purmerend het gemakkelijkst te bereiken.

Voor het verkeer naar Alkmaar werd van de Middelweg af noordwaarts een zijweg ontworpen, in de richting van het dorp Graftdijk. Alkmaar had hierin, ingevolge de met de bedijkers geloten overeenkomst, mede te beslissen. De weg kreeg de naam Graftdijkerweg.

Voor het verkeer naar Purmerend werd de oostelijke ringdijk gebruikt, vanaf de Middelweg af tot het tegenwoordige Spijkerboor. De 5e april 1644 werd besloten, voor de overtocht aan het eind van de Graftdijkerweg en te Spijkerboor een schouw in te leggen en een veerhuis te bouwen.

Aan het eind van de Graftdijkerweg werd men dan overgezet naar de dijk van het Schermereiland, die dan verder werd gevolgd tot even benoorden Graftdijk, waar een brug het Schermereiland verbond met de Schermer.

Het veerhuis
Uit een klacht van latere tijd, over de oprit, valt af te leiden dat het schouw van Spijkerboor mensen en voertuigen overzetten naar de Beemsterdijk, hetgeen bij stormachtig weer niet zonder gevaar was. Op deze wijze gingen de boerenUit de Starnmeer met hun kaas en boter naar de markt in Purmerend.

Intussen is het mogelijk dat veerhuis en Heerenhuis een zijn geweest, zoals ook tegenwoordig het geval is. In dat geval zou dus het polderhuis reeds in 1644 zijn gebouwd.

Het tegenwoordige Heerenhuis is niet meer het oorspronkelijke. In 1787 is namelijke besloten een nieuwe te bouwen op de fundamenten van de oude, waaruit de gevolgtrekking te maken valt dat het oorspronkelijke polderhuis dezelfde afmetingen moet hebben gehad als het huidige. Misschien was het oude bouwvallig geworden, hoewel het nog niet zo lang had gestaan. Uit de documenten blijkt dit echter niet.

Blijkens een bestek van 1789 werd het nieuwe polderhuis ook wel “Het Jagthuis” of “Rechthuis” genoemd.

Het heil van de Starnmeer
Het tegenwoordige Heerenhuis is een eenvoudig gebouw, van een verdieping, met de voorzijde naar de Beemster gekeerd. In de gevel tussen twee vensters is een hardstenen plaat aangebracht, die het wapen van de Starnmeer bevat, omgeven door een festoen en een opschrift, ter herinnering aan de stichting en de stichters van het gebouw, in 1787. Het Luidt:

Simon Appel Dijckgraaf
Willem Bek – Claas Glazekas
Heemraden
Jan Heynes penningmeester
‘t Heyl van de Starnmeer
is de steun van mijn Bestaan
Dat ‘t Haar Bestuurders
en Bewoners Wel mag gaan
Moet elk Weldenkend Mensch
Als een goed Christen wenschenGods Hand Bescherm dit Huys
en Haav en Vee en Menschen.J. Heynes
De eerste steen geleyt door
Ad. Bloem.

Het Polderwapen
Het wapen van de Starnmeer vertoont in een cartouche twee sterns boven een golvend watervlak en een zespuntige ster in het bovenvlak. De “zesster” werd beschouwd als een onheil afwerend symbool; een geluksster. De cartouche is bekroond met een derde stern.

Dit wapen laat zich makkelijk verklaren. In het Starnmeer bevond zich aan de oostzijde een langgerekt eiland. dat is natuurlijk een uitgezochte broedplaats voor vogels geweest, waaronder de sterns waarschijnlijk het meest veelvuldigst voorkwamen.>br />
Er is geen enkele aanwijzing voor het ontstaan van dit wapen. noch omtrent de tijd waarin het ontstond. Het vertoont zich het eerst op de kaart van Nicolaas Stierp.

Men meende dat die was getekend in 1643, maar in werkelijkheid is die vervaardigd in 1658. toen voerde de jonge polder dus al het wapen.