De droogmaking

Rijper onderneming
De droogmaking van het Starnmeer is een onderneming geweest van De Rijp, zoals de droogmaking van de Wormer er een was van Purmerend. De Rijp hoopte daardoor inkomsten te verkrijgen voor kerk en armen. Het dorp was in snelle opkomst. Daardoor heeft waarschijnlijk een een zekere plaatselijke trots er ook toe bijgedragen dat het zich op dit gebied heeft begeven.

Het octrooi is op 30 maart 1632 verleend. Daarvoor had de plaats nog een overeenkomst aangegaan met Alkmaar, met geen enkele werkzaamheid te beginnen zonder de toestemming van Alkmaar. Dat moest zich later natuurlijk wreken.

In het octrooi werd de verwachting uitgesproken dat de bedijking in 4 jaar klaar zou zijn, zoals dat bij min of meer standaard was geworden. Maar toen de eerste 4 jaar voorbij waren was er nog zo goed als niets gebeurd.

Wel had De Rijp aanstalten gemaakt, met bepaalde werkzaamheden te beginnen, maar Alkmaar gaf daarvoor geen toestemming.

Het omgekeerde deed zich ook voor. Het was niet de bedoeling van de bedijkers, ook aan de noordkant een ringsloot te graven, waardoor het gehele werk aanzienlijk goedkoper zou zijn.

Toen kwam Alkmaar, bijgestaan door Purmerend, Edam en Monnickendam, in 1635 met de wens dat ook aan de noordzijde, ten bate van de scheepvaart, een ringsloot zou worden gegraven. De bedijkers verzetten zich met hand en tand daartegen.

Uitgeest in verzet
In 1636 werd de aanleg van de ringdijk en ringsloot langs de oostzijde ter hand genomen, waarvoor Leeghwater het bestek had gemaakt. Toen dat in het voorjaar van 1637 grotendeels klaar was, troffen de bedijkers de eerste voorbereidingen voor de aanleg van de ringvaart aan de westzijde. Dat stuitte op echter op zodanig onverwachte tegenstand van Alkmaar, dat men het werk stopzette. Daarbij kwam dat Leeghwater in die dagen een begroting opmaakte voor het gehele werk, die zeer ongunstig uitviel.

Het gevolg was dat dat een zodanige ontmoediging intrad, dat een ernstige crisis volgde. Het zag er naar uit dat de bedijking zou worden stopgezet. De Rijp trok zich terug. De belangrijkste ingelanden traden daarop naar voren. Dat waren Hoorn, Enkhuizen, Purmerend, Monnickendam en de jonge Reynier Pauw uit Amsterdam, die ook optrad namens zijn familie.

Nieuw college
Zij vormden in 1638 een nieuw College van Hoofdingelanden, dat het werk weer opvatte. De onderneming was geen Rijper aangelegenheid meer, maar een particuliere geworden. Het eerste wat de nieuwe bedijkers aan de orde stelden, was het graven van een ringvaart aan de westzijde.

Het zou echter spoedig blijken dat zij voor even grote moeilijkheden kwamen te staan als de vorige bedijkers. Ook zij waren gebonden aan het contract met Alkmaar.

In juni 1639 kwam Alkmaar plotseling met een ongehoorde eis dat de ringvaart een breedte zou krijgen van 24 roeden, terwijl de bedijkers tot niet meer dan 16 roeden verplicht waren. (Er is hier waarschijnlijk sprake van een Sijpdijkse of Hondsbossche roede, deze was 3,36 m) Natuurlijk verzetten de bedijkers zich hiertegen met kracht. Een heel jaar ging verloren met de oplossing van de het geschil. Die oplossing was tenslotte dat een vaart gegraven zou worden van 21,5 roeden. De vaart zou tegelijkertijd dienen als uitwatering voor de Schermer, via de Nauernasche vaart richting het Y, waarvoor de Schermer fl. 15.000,- in de kosten zou bijdragen.

Leeghwater vertrokken
Het bestek van dit werk is van de 5e augustus. Dit is echter niet meer het werk van Leeghwater geweest. Leeghwater, die een belangrijk aandeel heeft gehad in het werk voor de bedijking van de Starnmeer, heeft in deze tijde De Rijp verlaten en is in Amsterdam gaan wonen.

Nu moest nog het vraagstuk van de ringsloot aan de noordzijde worden opgelost. Dat heeft ook weer eindeloze moeilijkheden met veroorzaakt, maar tenslotte waren de bedijkers toch wel genoodzaakt aan de wens van alkmaar te voldoen.

De duurste tegenvaller
Het gevolg is geweest dat een ringsloot is ontworpen van het Spykerboor naar de Vuyle Graft, ten zuiden langs de Oosterbuurt. Hierdoor is het Kamerhop van het Starnmeer gescheiden. Terwijl de bedijkers in 1634 bezig waren het werk af te maken, kwam Alkmaar het plotseling weer beletten.

De bedijkers meenden de ringdijk te kunnen maken door het noordelijk deel van het Vinckhuyzer Hop, zodat slecht een kort stukje plempdijk nodig was. Alkmaar kwam er tegenop dat op die wijze een extra bocht in de ringvaart zou ontstaan en verlangde een rechte vaart.

Dat betekende voor de bedijkers dat de plempdijk door het hop langer zou worden, waardoor de kosten weer zouden stijgen. De bestuurders van de droogmakerij waren wel genoodzaakt aan die wens te voldoen, zodat opnieuw een jaar verloren ging. de ring kon dus niet in 1641 worden gesloten. Dat is pas op het einde van de 1642 gebeurd.

Bijna burgeroorlog
Om de vaart over het meer zo lang mogelijk te kunnen volhouden, werden tot het laatste moment enkele gaten in de dijk gelaten. De bedijkers hebben de gaten eerder gedicht dan Alkmaar had gewild. Zelfs hebben de burgemeester van Alkmaar er ernstig over gedacht , deze weer open te maken onder bescherming van een gewapende macht. Er was met verloop van tijd een grote verbittering ontstaan verbittering ontstaan en er was alle reden, te verwachten dat zij zich ertegen zouden verzetten dat de gaten opnieuw werden geopend.

Zo hadden zich op de dijken van de Starnmeer nog bloedige tonelen kunnen afspelen. Daarop hebben de heren van Alkmaar het toch niet durven laten aankomen.

De molens draaien
Op 1 oktober 1642 begonnen 4 molens het Starnmeer en een 1 molen het Kamerhop droog te malen. Twee van die Starnmeermolens zijn vijzelmolens geweest. Een uitvinding uit die tijd van Simon Hulsebos. Het is vrijwel zeker dat deze nieuwe uitvinding voor het eerst is toegepast in de Starnmeer.

Het volgende jaar viel het meer langzmerhand droog en kon worden begonnen de nieuwe polder voor cultuur en bewoning gereed te maken. De 27e augustus 1643 vond de verkaveling plaats, in het raadshuis van De Rijp.

De leden van det Amsterdamse geslacht Pauw bezaten meer dan een kwart van de nieuwe polder. Het was een zeer kapitaalkrachtige familie, hetgeen er stellig toe heeft bijgedragen dat de bedijking uiteindelijk toch tot stand kon komen, want de onderneming is zeer duur geworden. De kosten hebben fl. 720,- per morgen (ongeveer 0,8 hectare) bedragen en in dat bedrag zijn niet alle uitgaven verrekend.

 

Starnmeer na het droogmalen en verkavelen

*Bijschrift: “Caert vande Starn meer. Aldus bedijkt en geloot op den 27 augustus 1643, aen stucken van tien Morgen suyver lant. Ider Morgen ses-hondert Sypdyckse Roede en het Camerhop ider Cavel tot 4 Morgen Rynlantse maet Gemeten door Nicolaes Stierp Lanting.*

Meer is te lezen in het volgende hoofdstuk: na de droogmaking.

[xyz-cfm-form id=1]